De Ierse Stephen T Lally haalt een quote aan van Meryl Streep: dat het succes van een ander niets afdoet aan dat van jou. Het is een gedachte die die week opvallend vaak terugkomt. In een vak waarin vergelijking en competitie bijna onvermijdelijk zijn, ontstaat hier juist het tegenovergestelde: een sfeer van vertrouwen, openheid en oprechte betrokkenheid. We gunnen elkaar niet alleen succes, we raken er bijna in geïnvesteerd.
De vierde editie van Directors Village, georganiseerd door CineSud, met partners van het Screen Talent Europe netwerk brengt dit jaar twaalf filmmakers samen uit acht verschillende landen. Wat begint als een diverse groep, groeit snel uit tot een hechte tijdelijke gemeenschap. Juist in de verschillen ontstaan de interessantste gesprekken. Over wat normaal is binnen een cultuur, en wat niet. Over hoe relaties worden verbeeld, hoe conflict eruitziet, hoeveel ruimte er is voor emotie.

Wanneer de Italiaanse filmmaker Joshua Ianniello een scène regisseert waarin geliefden schreeuwend tegenover elkaar staan zonder dat hun relatie op het spel staat, voelt dat voor mij extreem, maar voor hem is het vanzelfsprekend. Andersom stelt hij vragen bij de afstand tussen vader en zoon in een Deens verhaal. Tegelijkertijd brengt Shirin Aziz een inkijkje in de Koerdisch-Deense cultuur met een verhaal over een jong getrouwd stel dat moet leren samen te wonen. Waar zij vooraf bang is dat haar verhaal te cultureel specifiek is, blijkt juist het tegenovergestelde waar: de herkenning zit dieper dan de verschillen. Die uitwisseling, de wrijving én de herkenning, maakt dat ieder project scherper wordt.
Ik nam deel aan het programma met een horrorfilm die geworteld is in een sterk Noord-Nederlandse context. Tegelijkertijd geloof ik dat de thematiek universeel is en de film
internationale potentie heeft. De gesprekken en feedbackmomenten waren nuttig voor precies dit element. Ik kon het scenario voor het eerst testen met een internationaal publiek. Wat wordt moeiteloos begrepen, en waar is meer precisie nodig? Wat voelt cultureel bepaald, en wat raakt iets algemeens? Het zijn vragen die niet alleen het script
aanscherpen, maar ook mijn positie als maker.
De coaches, Janneke van Heesch, Sofia Norlin en Martin Strange-Hansen, spelen daarin een cruciale rol. Hun betrokkenheid gaat verder dan de sessies zelf; ze hebben zich grondig verdiept in ieder project en blijven ook buiten de sessies beschikbaar voor gesprek en reflectie. Wat opvalt, is dat zij dezelfde openheid en kwetsbaarheid tonen die ze van ons vragen. Het vertrouwen binnen de groep voelt daardoor niet toevallig, maar zorgvuldig opgebouwd.
Op de laatste dag krijgt iedereen tien minuten om te delen wat ze meenemen. De Deense filmmaker Jonas Robstad Nielsen vat de week kernachtig samen met één woord:
vertrouwen. Vertrouwen in je eigen stem als maker, maar ook in het idee dat ruimte maken voor anderen niets van jou wegneemt. Dat het succes van een ander geen bedreiging vormt, maar juist onderdeel kan zijn van een gedeeld proces.
Misschien is dat wel de belangrijkste verschuiving die deze week teweegbrengt. Niet alleen een stap vooruit in de ontwikkeling van projecten, maar ook in hoe we ons tot elkaar verhouden. Als filmmakers, maar ook als collega’s binnen een veld dat vaak wordt gedreven door schaarste.
Wat overblijft, is het besef dat er ook een andere manier mogelijk is: een die uitgaat van vertrouwen, uitwisseling en gezamenlijke groei. En dat is iets wat verder reikt dan deze week in Maastricht.
Directors Village wordt vanuit Cinesud georganiseerd door Screen Talent Europe partners CineNord, Gmax(Glasgow), Ardán (Galway), Filmworkshop Odense (DK) en anderen.